Festivals, Recensies 0

London Calling in Paradiso- Zaterdag 12/03/2016

 

Lichte teleurstelling op London Calling

London Calling Festival zag het licht in 1992. Bijna 25 jaar later is het festival van een showcase festival veranderd in het London Calling van nu: nieuwe, vaak relatief onbekende maar veelbelovende bands reizen af naar onze hoofdstad voor een weekend alternatieve muziek. Veel bands die inmiddels niet meer uit de hitlijsten weg te denken zijn, hebben onder andere London Calling als opstapje kunnen gebruiken voor hun route naar succes. Florence and the Machine, The XX en wat dacht je van Bloc Party en zelfs Blur! Voor een zacht prijsje kunnen mensen genieten van artiesten waarvoor je over een paar jaar wellicht drie keer zoveel moet neertellen. Niet gek dus dat ook wij op zaterdag 12 maart op de tweede dag van het festival aanwezig waren in Paradiso.

Twaalf acts staan op de planken in zowel de grote als kleine zaal. De programmering is strak getimed en zodra de ene band van het podium verdwijnt in de grote zaal, start de volgende in de kleine zaal en vice versa. Door de strakke planning is het lekker heen en weer ‘rennen’ met de stroom en naarmate de avond vordert, staat vooral de kleine bovenzaal volledig volgestouwd met een wisselend publiek qua leeftijd en uitstraling. Voor degenen die de ruimte niet meer inpassen, wordt er beneden een groot scherm neergelaten zodat iedereen kan genieten van elke band.

Een van de bands die grote indruk op ons maakt, is het IJslandse Vök. Als derde op het programma spelen de jongelingen erg vroeg op de avond in de grote zaal. De dreunende electro beukt vanaf de eerste tonen de donkere zaal in en door het minimale gebruik van koud, blauw licht zien we de muzikanten in eerste instantie niet. Het publiek blijft rustig, maar Vök absoluut niet. De klanken doen ons denken aan het Deense Rangleklods, maar Vök voelt dreigender, onheilspellender. Hoge, vaak ijle zang voegt hier nog een extra laag aan toe. Zangeres Margrét doet ons qua stemgeluid denken aan de nummers van Tegan & Sarah, maar dan wat minder lieflijk. Als er live saxofoon gespeeld wordt, zijn wij helemaal verkocht en Vök gaat sowieso in onze playlist.

Na deze sterke en energieke start, zakt voor ons de avond ontzettend in. In de kleine zaal luisteren we naar enkele nummers van singer-songwriter ROCH. Na het opzwepende geluid van Vök worden we snel weer gekalmeerd: ROCH brengt trage, melancholische muziek. Hoewel op de muzikale kwaliteiten van de zangeres en haar bandleden niets is aan te merken, raken wij snel afgeleid. Ook om ons heen blijven veel mensen praten en is er weinig aandacht op het podium gericht. Er is dan ook weinig te zien en wij haken af als het vierde nummer hetzelfde klinkt als de eerste drie. ROCH is voor ons te traag en niet boeiend om te zien. Jammer, want de avond begon zo veelbelovend.

In de hoop op wat meer energie installeren we ons lekker op tijd voor Island. Deze Britse band haalt zijn inspiratie onder andere uit de bands The Arctic Monkeys en Foals en volgens de organisatie van London Calling kunnen we rekenen op britpop à la The Kooks. En jawel, het eerste nummer is lekker up tempo, heeft die typische britpop sound en verder genoeg potentie voor een hitje… maar toch doet het het net niet. Bij het tweede nummer hetzelfde verhaal en we vragen ons af waarom ook deze band ons niet zo kan boeien. Bij de nummers die volgen, komen we tot de conclusie dat de band inderdaad klink als The Arctic Monkeys en The Kooks en ja ook Foals herkennen we er wel in en dit is nu juist wat ons tegen staat: we hebben het allemaal al eens gehoord. Natuurlijk hoeft een band niet super origineel te zijn, als de kwaliteit er maar is, maar voor ons voelt Island echt als dertien in een dozijn.

Na nog wat ‘net niet’ opvattingen bij Coves en Ultimate Painting waar het publiek ook gewoon vrolijk doorheen babbelt en een groot deel zelfs ruim voor het eind van de set de zaal verlaat, geven we het bijna op. De zaterdag van London Calling kan ons dit jaar nauwelijks bekoren en we hebben bijna spijt dat we gekomen zijn. We geven de avond nog één kans, want het kan toch niet zo zijn dat we het hoogtepunt al uren geleden gehad hebben? Het vijfkoppige Pumarosa is voor ons de laatste hoop en uiteindelijk zijn we blij dat we op de Londense band gewacht hebben. Zelf zegt de band ‘industrial spiritual’ muziek te maken wat ons van tevoren aan het denken zet. Na het eerste nummer snappen we het echter wel; Pumarosa is hypnotiserend en daarnaast fascinerend om te zien. Zangeres Isabel Munoz-Newsome bespeelt haar gitaar op een manier die we nog niet eerder gezien hebben: met een soort drumstok slaat ze afwisselend op de snaren en de klankkast wat een intrigerend en op momenten luguber geluid geeft. Munoz-Newsome klinkt af en toe als Kate Bush en met de vele herhalingen in zowel muziek als zang is het makkelijk om in een soort trance te raken.

Jammer is het dat wij niet de enige lijken die wat ingekakt zijn deze avond, want tijdens Pumarosa is Paradiso erg kalm terwijl de muziek zich prima leent om op te bewegen. Op een andere avond zouden wij ons waarschijnlijk wel kunnen verliezen in de spirituele nummers van de Britten, maar vanavond lukt het niet. Zonde… Pumarosa had makkelijk een hoogtepunt kunnen zijn, maar vanavond lukt het ons niet om in de juiste sfeer en energie te geraken nadat we er na de set van Vök volledig uit zijn geraakt door de net niet programmering. Jammer Paradiso, dit is niet wat we gewend zijn van London Calling Festival en onze verwachting van de avond is alles behalve uitgekomen; we hebben wel eens meer energieke edities gezien waar ook het overige publiek uitbundiger was. Nu gaan we direct na Pumarosa niet helemaal voldaan de kou weer in hoewel we blij zijn dat we Vök en Pumarosa live hebben gezien. Deze editie van London Calling… Mwah.

© Céline Claassens | All Rights Reserved

Paradiso Amsterdam

Paradiso Amsterdam

celine-claassens

Céline Claassens Recensent

kb-fotografiekl-1

Kim Balster fotograaf

No Comments

Leave a reply