Pinkpop dag twee begint met één duidelijke uitdaging: de hitte. Gelukkig staat er meer dan genoeg muziek op het programma om ons daarvan af te leiden. Daarnaast kleurt het terrein vandaag opvallend oranje. Niet omdat dat ineens de festivaltrend van deze zomer is, maar omdat het Nederlands elftal vanavond tegen Zweden speelt. Tussen de optredens door wordt er dus niet alleen over setlists gepraat, maar ook over de stand van de wedstrijd. Daarmee is de toon voor de dag meteen gezet.
De North Stage krijgt vandaag meteen een flinke dosis energie voorgeschoteld, want Giant Rooks mag het spits afbijten. “Do you feel like dancing?” vraagt frontman Frederik Rabe, maar eigenlijk is het antwoord al duidelijk voordat iemand überhaupt kan reageren. De Duitse indiepopband weet zonder enige moeite het hele publiek mee te krijgen en voor je het weet staan de eerste armen al in de lucht. Springend en dansend beweegt de menigte mee op de aanstekelijke energie van de band. Rabe lijkt daar alleen maar meer brandstof van te krijgen en rent, springt en stuitert over het podium, waarna hij besluit ook het publiek op te zoeken. Alsof de boel nu al even ontploft, ontstaat er een kleine cirkel om de zanger heen waarin iedereen volledig losgaat. Het is de eerste keer Pinkpop voor de Duitsers, maar als het aan de band ligt blijft het daar niet bij: ze komen graag nog een keer terug. Wij hebben daar in ieder geval geen bezwaar tegen.
Aan de andere kant van het veld neemt Triggerfinger het stokje met liefde over. Wij sluiten aan met een ijskoude cola ergens midden tussen het publiek. Want ja, we hebben geleerd van gisteren: zitten, genoeg drinken en het suiker- en zoutgehalte een beetje op peil houden blijkt toch de beste festivalstrategie te zijn om zo’n warme dag door te komen. In ieder geval het gedeelte overdag. Gelukkig hoef je bij Triggerfinger niet veel meer te doen dan achterover leunen en je mee laten voeren door de muziek. De Belgische band brengt een heerlijk doorleefd geluid mee: rauwe gitaren, een stevige bas en die herkenbare stem van Ruben Block. Het is het soort muziek waarvan je vroeger misschien zei dat het “echt niks” was, omdat je vader het voor de zoveelste keer uit de speakers liet knallen, maar waar je jaren later ‘ineens’ ieder refrein woord voor woord blijkt mee te kunnen zingen.
Mocht dat rauwe geluid van Triggerfinger nou niet helemaal jouw ding zijn en ben je meer van de muziek die je uit volle borst in de auto of onder de douche meezingt, dan staat Lauren Spencer Smith voor je klaar. Met een repertoire vol gebroken-hart-liedjes lijkt ze de perfecte soundtrack te zijn voor iedereen die ooit met liefdesverdriet op de bank heeft gezeten. Al blijkt niet alles even treurig: volgens Lauren heeft ze namelijk maar liefst één nummer geschreven over de positieve kant van de liefde. Gelukkig hoeft ze het niet alleen van haar verhalen te hebben, want haar prachtige stemgeluid maakt meteen duidelijk waarom ze op dit podium staat. Als ze vervolgens ‘The Winner Takes It All’ van ABBA inzet, verandert het veld even in één grote meezinggroep en blijkt verdriet soms ook gewoon heel gezellig te kunnen zijn.
Wij zijn trouwens wél gek op rauwe muziek die dwars door je heen snijdt, dus hobbelen we snel richting de Tent, waar Jehnny Beth hopelijk onze trommelvliezen flink laat trillen. En geluk hebben we: nog geen seconde nadat de zangeres het podium betreedt, klinkt de eerste oerschreeuw al door de tent. Naast haar indrukwekkende screams blijkt ook haar ‘normale’ zangstem moeiteloos overeind te blijven. Maar het is vooral haar manier van optreden die blijft hangen. Wanneer Beth tijdens een moshpit besluit het publiek in te duiken, verdwijnt de grens tussen artiest en toeschouwer volledig. Precies dat maakt de show zo sterk: ze staat niet alleen vóór haar muziek, maar lijkt er zelf middenin te staan.
De balans tussen wilde en iets rustigere acts lijkt vandaag perfect te zijn, want de volgende act op ons lijstje is Suzan en Freek. Na een turbulent en lastig jaar staan ze dit jaar tóch op Pinkpop, en daar zijn wij maar al te blij mee. Het duo zelf lijkt dat gevoel volledig te delen wanneer ze vertellen hoe ze vorig jaar thuis de livestream van Claude op Pinkpop meekeken. Die dankbaarheid blijft als een rode draad door het optreden lopen. Het is overduidelijk dat de twee dubbel en dwars genieten van ieder moment op het podium, en dat gevoel slaat moeiteloos over op het publiek. Bij iedere vraag die ze stellen klinkt een enthousiast antwoord vanaf het veld. Of je nu voor of achter de microfoon staat: vandaag voelt het even alsof iedereen precies op de juiste plek staat.
Waar ook iedereen op de juiste plek lijkt te staan, is bij LEAP. De vier vrienden spelen op Stage 4 en het staat echt bomvol. Niet gek ook, want wat zetten ze een tof optreden neer. Qua sound doet de band ergens denken aan Yungblud (die morgen op het programma staat). Misschien ook omdat ze dezelfde gave hebben: binnen no time zingt het publiek ieder woord mee en lijkt stilstaan simpelweg geen optie.
Het staat overigens niet alleen bij Leap vol, want wanneer we richting het einde van hun set naar de Tent lopen voor The Haunted Youth, blijkt het daar volledig ontploft te zijn. Zo druk zelfs dat we niet eens in de buurt komen. We proberen nog van buitenaf mee te kijken en zien eigenlijk maar één ding: een gebroken hart dat boven het podium zweeft. Veel meer krijgen we niet mee, en eerlijk gezegd is dat op dat moment ook een vrij treffende samenvatting van onze eigen gevoelens. Later raken we iemand die het optreden wél heeft kunnen zien en krijgen we te horen dat het fantastisch was. Een beetje bitterzoet, maar hopelijk de volgende keer beter.
We besluiten daarom even de rust op te zoeken bij Chezile op Stage 4. Hier komen we heerlijk bij met zijn dromerige, melancholische geluid. Blijkbaar nodigt dat ook uit tot diepere gesprekken, want het komende half uur zitten we met twee bezoekers te kletsen over hoe je soms voor één specifieke act naar een festival komt, maar er vervolgens achter komt hoeveel bijzondere en toffe muzikanten er nog meer rondlopen. En misschien is dat wel precies de magie van Pinkpop: niet alleen komen voor de namen die je al kent, maar onderweg verrast worden door muziek én door de mensen om je heen.
Idles is voor ons geen verrassing meer, maar toch kijken we erg uit naar het optreden van de Britten. De band is al jaren niet weg te denken van de Nederlandse bodem en ook vandaag ontvangen we ze weer met open armen. Letterlijk, want ook (een deel van) deze band duikt het publiek in. Al snel verandert dat in een moshpit, tot grote vreugde van Joe Talbot. “Make it spin, make it spin!” schreeuwt hij, en zelfs achterin het veld wordt daar gehoor aan gegeven, in ieder geval door de drie mannen voor onze neus. Idles staat bekend om hun progressieve gedachtegoed en de manier waarop ze dat verwerken in hun muziek. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk wanneer Talbot een ‘eerbetoon’ brengt aan Jehnny Beth: “Anything I can do, Jehnny Beth can do on heels, so fuck off!” En dat is een compliment naar beiden.
Zoals de meeste van jullie wel zullen weten speelt Nederland vandaag tegen Zweden. Daar is op Pinkpop natuurlijk aan gedacht: op de Sun Square, het nieuwe gedeelte van het terrein, staat een groot WK-scherm. Al blijkt dat scherm niet groot genoeg, want wanneer wij komen aanlopen om even de sfeer te proeven, is de ingang al afgezet met tape en wordt niemand meer toegelaten. Te veel mensen. Gelukkig zijn wij als pers een uitzondering op de regel en huppelen we vrolijk richting het scherm. Die vrolijkheid blijkt volledig gedeeld te worden (en dat terwijl het bier op was!) door het publiek, want Nederland staat op dat moment met 2-0 voor.
Dat komt vast en zeker door The Editors, want zanger Tom Smith heeft speciaal voor de gelegenheid een oranje voetbalshirt aangetrokken. “I thought I’d give you some good luck, it seems to be working.” En blijkbaar werkt het niet alleen voor Nederland, maar ook voor de band zelf, want het optreden verloopt soepel. Met zijn warme, diepe stem weet Smith de menigte moeiteloos mee te krijgen. Niet per se op een emotionele manier, want overal om ons heen mensen staan te dansen. Het publiek lijkt de band volledig in de armen te sluiten en terwijl we dit schrijven, genieten wij vanuit de perstent nog lekker mee.
Halsey heeft ook geluk, want het hele publiek is in een uitgelaten stemming nadat Nederland met 5-1 heeft gewonnen van Zweden. Misschien dat ze daarom nog even wat spanning probeert op te bouwen, want de Amerikaanse start iets later dan gepland.
De zangeres doet in ieder geval veel eer aan haar moederland met een zorgvuldig uitgedachte show. Gelikt voelt het echter geen moment, zeker niet wanneer blijkt dat ze haar outfit en make-up look in slechts vijftien minuten in elkaar heeft geflanst. Toch lijkt het publiek de energie pas richting het einde van de set echt volledig te vinden, tijdens ‘Experiment on Me’. Wanneer Halsey vraagt of iedereen op hun hielen wil gaan zitten, duurt het even voordat iedereen luistert, maar uiteindelijk zit zelfs het publiek achterin bijna op de grond. Wanneer we daarna allemaal weer omhoog mogen springen, voelt dat als een echte ontlading.
Toch lijkt niet iedereen die energie helemaal te vinden. Misschien doordat Halsey een stuk rauwer en intenser uit de hoek komt dan sommige bezoekers vooraf hadden verwacht.
Terwijl de laatste tonen van Halsey langzaam wegfaden, horen we de eerste noten van The Cure alweer klinken. Het is de laatste act van de avond en het hele veld staat bomvol. Niet heel gek, want deze band is inmiddels een levende legende. Toch blijft het bijzonder om hier te staan: alsof we met z’n allen even getuige zijn van een stukje muziekgeschiedenis.
De band zet ‘Alone’ in terwijl Robert Smith langzaam het podium op komt lopen. De zanger verschijnt zoals we hem kennen: met zwarte oogmake-up en rode lippenstift. Waar het publiek vroeger massaal dezelfde look leek over te nemen, staan de meeste mensen nu gewoon in korte broeken (vaak jorts) en t-shirts, met glittermake-up over hun gezicht verspreid. Interessant om te zien hoe de cultuur (rondom een band) door de jaren heen verandert.
Smith neemt vervolgens, wat voelt als, vijf minuten de tijd om alles goed in zich op te nemen. Vast een onderdeel van de show, want na zoveel jaar lijkt het ons sterk dat hij echt zo lang nodig heeft, maar het bouwt zeker spanning op bij het publiek. Gelukkig laat The Cure ons daarna niet langer wachten, en zodra Smith begint met zingen, gaat het hele veld los.
Aan de show zelf valt wederom weinig tot niets op te merken. De band speelt de sterren van de hemel en ook Robert Smith zingt nog altijd alsof het de normaalste zaak van de wereld is. We sluiten ons dan ook volledig aan bij het harde applaus na ieder nummer, want een twee uur durende show neerzetten die zo strak in elkaar zit, blijft bewonderenswaardig. Zeker na al die jaren.
Terwijl we na twee uur The Cure langzaam (lees: héél langzaam) het terrein verlaten, voelt het alsof we niet alleen een festivaldag hebben afgesloten, maar ook een kleine muzikale reis hebben gemaakt. Van dansende menigtes bij Giant Rooks en Leap tot de rauwe energie van Idles en Jehnny Beth, en van tranen-met-een-glimlach bij Lauren Spencer Smith tot een veld vol zingende bezoekers bij The Cure: vandaag had voor iedereen iets. Terwijl het feesten op de camping vast en zeker nog tot diep in de nacht doorgaat, kruipen wij moe maar voldaan ons bed in. Hopend en dromend van nog een toffe, laatste Pinkpop dag.
© Demi Luna Traas
The Cure | Idles | LEAP | Chezile
Franz Ferdinand |Alessi Rose | Editors
Jehnny Beth | Sofi Tukker | The Haunted Youth
Giant Rooks | Triggerfinger | Wodan-Boys
Demi Luna Traas
Recensent



