Voordat het viertal van Voyage 35 de muziek van Porcupine Tree ten gehore brengt is het deze avond de eer aan Kristoffer Gildenlöw en zijn band om de zaal lekker op te warmen. Met zijn stevige nummers van zijn nieuwe album ‘[Humanised]’ knallen de gitaren de zaal binnen. Een kwartaal geleden heeft hij met zijn band de aftrap van dit album gedaan en het is leuk om te zien hoe zeer de band al is gegroeid in die tijd. Met meer interactie op het podium en met het publiek en meer zelfvertrouwen verwennen ze het publiek met de technische hoogwaardige nummers.
Des te meer knap wanneer de backtrack en de clicker ze in de steek laat en de band nog steeds de gelaagde muziek tot in de punten toe beheerst. Zeker met de nummers met veel tempowisselingen, stiltes en de zware baslijnen als bij ‘Landfill’ laat de band hun groei horen. De zaal geniet en wordt als afsluiter met ‘Empty’ nog verwend met het symfonisch progressieve rocknummer. Met epische gitaarsolo’s die perfect aansluiten met de hoofdact van deze avond sluiten ze de set af.
Voyage 35 is geen coverband van Porcupine Tree muziek, maar meer een eerbetoon aan deze band – en dan met name de “golden oldies” van begin jaren ‘90. Het vroege materiaal willen ze juist nieuwe interpretatie geven. De beste omschrijving van deze muziekstijl is psychedelische progressieve rock, wat al gelijk zichtbaar wordt bij de grafische projectie op het scherm. Met diepe, verzadigde en enigszins onwerkelijke kleuren – die ervaren alsof je naar een droom of een vloeibare lichtshow kijkt – wordt het beeld langzaam gevuld en verschijnt de naam van de band. Met de eerste tonen van ‘Even Less’ betreedt het viertal het podium. Met zanger/gitarist John Wesley en bassist Colin Edwin staat een deel uit Porcupine Tree van vroeger op het podium. Ze worden aangevuld met twee Itailaanse mannen Lorenzo Esposito Fornasari op toetsen en effecten en Alessandro Vagnoni op drums en percussie.
Na dit nummer duiken de mannen dieper het materiaal in en voelt de show zo nu en dan als een echte trip. Iets waar het album Voyage 34 ook juist over gaat. De band zet hierbij echt het sfeertje van destijds in, maar wel in een wat ander jasje. De zang wordt deze avond vaak afgewisseld. Daar waar John Wesley de nummers vertolkt met zijn lichthese en warme stem dat soms breekbaar over komt, is Lorenzo meer expressief en theatraal. Deze combinatie is juist zo belangrijk bij dit vroege Porcupine Tree-materiaal: de zang hoeft niet altijd mooi of gepolijst te zijn. Juist een stem die af en toe vreemd, rauw, vervormd of bijna hallucinerend klinkt, past uitstekend bij de psychedelische kant. Ook Alessandro zingt bij een aantal nummers. Dit zorgt vooral voor een extra versterking en is als het ware een extra laag in de zang.
Wanneer de vier instrumenten zich van de oorspronkelijke arrangementen losmaken en in elkaar beginnen te grijpen, ontstaat er iets wat je op de studioversies niet hoort. De nummers blijven onmiskenbaar Porcupine Tree, maar krijgen tijdens de uitvoering een eigen leven. Met meer intensiteit en emotie – zeker versterkt door de bewegende beelden op het scherm – komt het psychedelische karakter volledig tot zijn recht. Je wordt meegenomen in de trip van Voyage 35, en die trip blijkt bijzonder geslaagd.
“Is this trip really necessary?” vroeg Voyage 34 zich ooit af. Ruim dertig jaar later is het antwoord van Voyage 35 duidelijk: absoluut! Alleen is dit geen trip terug naar het verleden, maar een nieuwe reis door muziek die nog altijd verrassend veel ruimte biedt om te ontdekken. Het is geen reconstructie van het verleden, maar een nieuwe interpretatie van materiaal dat blijkbaar nog steeds voldoende ruimte biedt om te groeien.
© Daniël Nijveldt



