Festivals, Recensies 0

Best Kept Secret Festival 2019 – zondag

Zand, ongedierte en tranen

Stilte voor de storm. Of eigenlijk, verzengende hitte voor het onweer. Het zand nog droger, de stank nog heftiger, ondanks de eeuwige meterslange files voor de douches en het groot aantal mensen in het water bij de nieuwe Kornuit Beach naast de camping. De stemming zit er nog altijd goed in: het publiek heeft er nog veel zin in en de processierupsen ook. Aan het eind van de avond (en de dagen erna) wordt er nog heel wat afgevloekt en –gekrabd. Maar zo ver zijn we nog niet.

Eerst eens in de onvoorspelbare wereld van Julia Holter duiken. Holter is in veel opzichten een typische BKS-gast. Fijne en kwaliteitsvolle liedjes, maar nergens eenvoudig. Een getalenteerde muzikant met een klassieke achtergrond en een vleugje, of vele vleugjes in Holters geval, elitair. In het wit met haar lange grijze haren over haar schouders gedrapeerd, brengt ze bijna etherisch haar liedjes ten gehore. Of, liedjes? Eerder een samenraapsel van muzikale puzzelstukjes die soms wel en soms niet passen. Echt overtuigen doet ze niet: het publiek zit en blijft zitten, en het deel dat staat is niet in beweging te krijgen. Het is haar goed spelende band die ervoor zorgt dat het niet helemaal een kille, upper-class bedoening wordt, want warmte straalt Holter niet uit. Misschien een aangenaam contrast voor de hitte buiten de Two?

Van die hitte heeft vooral Juke Ross last. De arme jongen staat moederziel alleen met zijn gitaar op het gigantische podium van de One. Niemand weet waarom hij op dit moment staat geprogrammeerd: hij verdrinkt totaal op dat immense oppervlak. Een handjevol mensen staat wat te keuvelen voor zijn neus, maar de meesten hebben de schaduw opgezocht en gunnen de Guiyaan geen sprankje aandacht. Of dat helemaal terecht is, valt te bezien. Spannend is deze klassieke singer-songwriter geenszins, maar hij doet ook zeker niks fout: hij is vooral het slachtoffer van een vreemde programmering. Zet hem in The Hangout voor een klein sessietje, en zijn warme stem zal vermoedelijk wel voor de nodige kriebels zorgen. Een gemiste kans, zowel voor hem als het festival.

Dan Big Thief. Een fenomenaal optreden dat velen tot tranen toe heeft geroerd. Wauw. Er bestaan niet voldoende positieve adjectieven om Adrienne Lenker en consorten voldoende te bewieroken. Is het haar fantastische en breekbare, unieke stem? Is het de broederschap tussen de bandleden die bijna tastbaar van het podium walmt? Zijn het de onvoorstelbare goede folk-nummers, zoals ‘Real Love’ en ‘Mythological Beauty’? Het gegeven dat het nooit ergens cheesy of fake wordt? We weten het niet. Feit is dat de band op geen enkel moment verveelt. Ze zijn zelfs zo slim om het eventuele half-uur-dipje te ondervangen met een tijdelijke wissel van vocalist. Deze Brooklynse band belooft tot nog vele grotere hoogtes te gaan stijgen, wat een genialiteit.

Over Stephen Malkmus & The Jicks valt dan weer niet veel bijzonders te zeggen. Ja, het is de man van Pavement. Ja, die komen weer bij elkander voor een tourtje. Ja, de muziek lijkt er erg op, maar dan iets softer. Nee, de naam alleen blijkt absoluut niet voldoende te zijn voor een optreden dat ook maar in de buurt komt van kwaliteit of opwindend, laat staan de ‘orgasm time’ die Malkmus zelf voor het laatste nummer aankondigt. Een saaie en matig getalenteerde vijftiger die eens een zondagmiddag komt spenderen door met zijn cafémaatjes een aantal riedeltjes te jammen, zo klinkt het. Te vaak vals, te weinig interessant. De mussen vallen normaal van het dak van de hitte, maar hier van de saaiheid. Man man, wat een verspilling van podiumtijd.

Princess Nokia wat later op dezelfde Two lijkt in eerste instantie veelbelovend. Het wauw-effect als ze staat te dansen tussen haar twee slangenmannen is om u tegen te zeggen. Ze weet het echter niet langer dan 1 minuutje vast te houden. Ofwel loopt ze weinig blij kijkend naar de rij met waterflesjes die achter haar staat om een paar slokken te nemen, ofwel verdwijnt ze zonder reden een tijdje van het podium. De dj heeft een stijl die nu eclectisch, maar vroeger gewoon slordig genoemd werd. Dat beschrijft haar hele optreden wel: slordig. Ze lijkt niet in haar element te zijn, en haar Beyoncé-achtige feminisme komt niet echt over. In theorie is ze een verfrissende en afwijkende act die veel en veel meer had kunnen zijn, maar hier al snel in elkaar dondert als een kaartenhuis. Aan het einde echter komt er een verklaring: de dokter had haar afgeraden om te energiek te zijn. De reden kan de goedkeuring van het publiek wegdragen, net als haar knappe rap over New York, maar allicht was het voor iedereen beter geweest als zij dit optreden aan zich voorbij had laten gaan. Ze heeft echter genoeg ingrediënten om het een volgende keer wél interessant te laten zijn.

We dachten dat het niet beter kon dan Big Thief, maar dan hadden we buiten Kate Tempest gerekend, de heilige graal van dit weekend. Deze Britse rapper kan niet alleen geweldige poëzie en proza schrijven, ze kan het ook nog eens brengen. Enigszins blase ogend begint ze met haar optreden. Vanaf de eerste seconde hakken haar teksten erin als een vlijmscherpe machete. Met haar ‘Europe is Lost’ rapt ze nietsontziend over de staat van de (westerse) wereld: “Half a generation live down the poverty line, but it’s happy hour on High Street”. Of wat dacht je van deze: “Is life well-lived or well-displayed?” Eerlijk, haar eerder niet gemakkelijke leven is haar aan te zien, maar als je al dacht dat ze wat aan de stevige kant was, word je oppervlakkigheid genadeloos afgerekend door haar eerlijkheid over haar verleden in ‘Ketamine for Breakfast’. Als ze aankondigt dat ze haar nieuwe werk wil laten horen, van haar album ‘The Book of Traps and Lessons’ dat over een dikke week uitkomt, is het hek helemaal van de dam. Het publiek, oud, jong, man, vrouw en alles ertussenin, huilt openlijk, en dat door iemand die enkel spreekt. Fantastisch. Zonder de beats van haar enige podiumgezel, de dame achter het keyboard, spit ze de ene na de andere foutloze en knetter-rake zin over onze hoofden. Het publiek is muisstil, er klinkt geen kuchje, enkel de bassen van de nabij spelende band. ‘Fire Smoke’ doet Tempest verliefd glimlachen en met haar alle aanwezigen. De 50 minuten zijn te kort, te weinig, we willen meer. Onder luid applaus en liters zout van zweet en tranen verlaat ze toch het podium. Dit optreden ligt zwaar op het gemoed en biedt heel wat stof tot nadenken. Niet voor de vrolijke party-goër, maar een grandioos moment van bezinning.

Na zo’n moment van bezinning kun je verschillende dingen doen. Je kunt op een rustige plek nog eens verder gaan nadenken over de dingen des levens. Ook kun je alle heftigheid even goed van je af springen. Een soort afreageren. Dit laatste doen wij vol overtuiging bij The Raconteurs samen met vele anderen in een uit elkaar barstende Two. Na tien jaar stilte zijn Jack White en zijn kameraden er weer klaar voor, en hoe. De mannen hebben er duidelijk zin in en laten ons met meer dan voldoende energie proeven van hun op handen zijnde album. Titelsong ‘Help Me Stranger’ zorgt voor een licht toepasselijke overgang van Kate Tempest met teksten als: “Help me stranger, help me get it off my mind.” Het voorproefje smaakt ons goed, al hebben we ook het alom bekende hoofdgerecht nog in ons achterhoofd. En we worden niet teleurgesteld. ‘Many Shades of Black’ en ‘Steady As She Goes’ worden met flink wat extra peper de Two in geknald en alles en iedereen die ook maar een vleugje van The Raconteurs hoort, gaat he-le-maal los. Genieten op een weer heel andere manier.

Er trekt een flinke stoet festivalgangers naar de One waar Carly Rae Jepsen haar popdingetje gaat doen. Wij kunnen ons echter niet voorstellen dat dit na The Raconteurs een lekker toetje zal zijn dus we slenteren alvast rustig naar de Five waar we verwachten dat het wel eens erg druk kan worden bij de Amerikaanse Lizzo. En terwijl we in de verte nog wat tonen van de vreselijke oorwurm ‘Call Me Maybe’ over het water horen golven, blijkt dat onze verwachting klopt: de veel te kleine tent puilt al gauw uit. En terecht. Lizzo is heet. Net als haar danseressen, “the Big Girls”. Zodra de zangeres haar strot opentrekt voor ‘Cuz I Love You’ – dan nog zonder sexy Big Girls – is het zweten geblazen. Wat een geluid komt eruit, en met zoveel overtuiging dat we er bijna bang van worden. Lizzo lijkt enigszins van de kaart te zijn van het overweldigende applaus dat hierop volgt, maar speelt hier fantastisch op in. Lizzo is onze zelfbenoemde ‘cult leader’ en wij doen maar al te graag wat ze van ons vraagt. Iedereen klapt, scandeert, zingt en danst alsof zijn leven ervan af hangt op ‘Juice’, ‘Tempo’ (helaas geen guest appearance van Missy, maar je kunt niet alles hebben) en ‘Good As Hell’. En good as hell is wat het is. De positiviteit en heerlijke zelfverzekerdheid van Lizzo balanceren lekker op het randje van arrogantie en we love it. Zo erg, dat we besluiten naar huis te gaan. Lizzo is een perfecte afsluiter van dit broeierige festivalweekend.

Catching Music over & out. Tot volgend jaar, 12 tot 14 juni in Hilvarenbeek!

© Annelies Omvlee | All Rights Reserved
Laatste twee alinea’s: © Céline Claassens | All Rights Reserved

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

No Comments

Leave a reply