Het is een orkest van draaiende wieltjes over geribbelde plastic vloerplaten. Daar zijn we in beland als we van de auto naar het terrein lopen. Vele festivalgangers brengen al hun spullen in opvouwbare bolderkarren en rolkoffers naar hun auto’s. Misschien zijn het Sam Fender fans die aftaaien, de hoofdact wordt namelijk vervangen door Nothing But Thieves.
Maar misschien brengen de festivalgangers hun spullen alvast weg zodat ze dat niet ‘s avonds laat hoeven te doen. Het regent namelijk, non-stop. Kleurrijke (wegwerp) ponchos is nu het aangezicht van de velden en elke uithoek waar een afdak is.
De politiek is weer flink aanwezig met Hang Youth. De band maakt stevige gitaarmuziek voorzien van vele politieke georiënteerde teksten. Hij trekt met zijn Amsterdamse accent van leer over kapitalisme, over de kkr die de festivals hebben overgenomen, over Mojo en over hun eigen hypocrisie. Dat is dan wel weer zo eerlijk. Teksten op schermen; ‘Er is hoop’ (tevens de titel van hun laatste album), ‘Stop het IDF’ en ‘Gum de grenzen’. Hij is kwaad; “Je komt erachter wat vrijheid is, in de armen van een fascist”, verwijzend naar Trump. Hij kruipt over het publiek als hij zingt ”Geef mij je liefde, geef mij je hoop”. Goeie liedjes mogen ook gewoon over liefde en verlangen gaan.
We vangen leuke fragmenten op van verschillende shows. Ook vandaag weer op de kleinere podia. Als de punkband Snackbar staat te repeteren zien we daar schuilende mensen met een vette hap. Google die bandnaam niet trouwens, je weet waar je uitkomt. Het belooft een pittige voortzetting te worden, gezien de frontvrouw de mic test met schreeuwen. Het is overal schuilen en eten, of dansen. In de danstent Rex wordt al uitbundig gedanst maar ook gewoon streetfood geconsumeerd. De punkband Snackbar trekt even later hard van leer. De vocaliste heeft dezelfde soort energie als die van Amyl and the Sniffers. Maar dan in het Nederlands.
De Marokkaanse zanger op Bossa Nova is wat later, die stelt ook hoge eisen aan de kwaliteit. Geen punk maar wel een Palestijnse vlag op het podium. Na het opzwepend derde nummer snappen we wat de Zwitsers-Marrokaans Sami Galbi doet; groepen in beweging brengen. Het zijn de opzwepend ritmes van percussie, de zang en zijn dansmoves. Mensen dansen in regenpakken en doorschijnende poncho's op deze mix van moderne elektronische muziek, traditionele Marokkaanse elementen en reggaeton. Behalve dan de twee die hun poncho’s als een Siamese tweeling aan elkaar hebben getaped.
Op Hotot, het grote podium, is het rustig. Het Zwitsers-Ecuadoriaanse Hermanus Gutiérrez spelen zittend Latijns Amerikaanse Western muziek, maar dan zonder vocal. Het is fraai, maar je had de gebroeders Alejandro en Estevan een veld vol zittende en zonnende luisteraars gegund. De Londonse formatie Bloc Party heeft zo ontzettend veel meer geluk; het is eindelijk tegen 17 uur niet alleen gestopt met regenen, maar de zonnebril kan ook weer op. In een handomdraai zorgen ze voor een vrolijk dansende menigte achter de tent van de technici. Het is een ongeorganiseerde mix van stuiterende en zwierende mensen, inclusief vlaggen en opblaasbare palmbomen. Mensen dansen zich blij als fanatieke Ska-fans. Als de groep in één keer als een wiel begint te draaien is daar de Circle Pit weer. De zanger vraagt verrast; “What funny thing is going on behind the sound desk?”
Daarop maken ze met hun ‘Traps’ (wat een beetje voelt als Midnight Oil) van dezelfde groep een hossende menigte. De zanger beloofde feest en dat is wat ze krijgen.
Yseult zien we nog niet als we kijken naar een donker podium en luisteren naar een soundscape met een gitaartje in de verte. Dan wordt iedereen met de eerste beat uit zijn doen en laten geslagen; het is zo kneiterhard! We zien acuut iemand keihard wegrennen, vermoedelijk om oordoppen te halen. De voluptueuze dame komt op in het zwart met zilveren kettingen. Ze ziet er erg pittig uit en niet veel later kruipt ze sensueel over de grond als een krolse kat. Viagra Boys oogt ook pittig; de zanger met zijn lage stem heeft zelfs een tatoeage op zijn voorhoofd. De teksten zijn origineel, hij speelt een nummer vanuit het perspectief van zijn hond, maar luister ook eens naar ‘Troglodyte’. In dit nummer vraagt hij zich af als een man met een geweer de fout in wil gaan, hoe dat zou zijn in de tijd dat we nog apen waren. De zanger is een vermakelijke verhalenverteller en de band maakt iedereen aan het hossen op harde gitaarmuziek. Maar er zijn ook uitstekende melodieën, getuige 'Pyramid of Health’.
Van alle punk in de kerk is die van het Belgisch-Nederlandse Maria Iskariot het minst ontoegankelijk. Dat komt omdat er nogal wat variatie zit in hard en zacht en snel en langzaam. De kerk zit wederom vol en het is er wederom stukken warmer dan buiten.
De Nederlandse actrice, theatermaker en muzikante Meral Polat trapt af met een funky ritme, kraakhelder neergezet door de drummer en de gitarist. Ze danst er zelf op los, met tamboerijnen die ze uitdeelt aan iemand op de voorste rij. Iedereen gaat staan om te dansen. De volgende song gaat over vrijheid voor vrouwen. Daarna begint de band heel langzaam te ronken en te grooven. De bezwerende muziek laat op de voorste rijen mensen dansen die staan te popelen om in extase te worden gebracht. Polat draait dansend in de rondte en brengt erg positieve energie de arena in. Ze begeleidt zichzelf met verschillende soorten marakas. Polat brengt een geweldige verrassing waar je niet eens hoeft te begrijpen wat ze zingt in het Koerdisch of Turks, ze zingt prachtig en de band speelt retestrak. Gek genoeg past het volledig in het straatje van de liefhebber van Americana en de stevigere soort blues. Het is de eerste band waar we een langspeelplaat van zouden aanschaffen. En dat hadden we niet verwacht van een actrice uit ‘De Luizenmoeder’.
Beth Gibbons haar muziek is ontzettend toegankelijk; er staat een groezelige rockband lekker te spelen en ze heeft ook een violiste meegebracht. Gibbons zelf zingt vol bezieling. Het podium is gehuld in blauw licht maar haar verbeten uitdrukkingen zijn prima te onderscheiden. Het erg ingetogen ‘Mysteries’ met backing vocals en een fraai vocal outro van Gibbins zelf is wonderschoon. Ze laat zich zien als uitstekend singer-songwriter met een erg gevoelige kant.
De regen is terug. Onder een grote schuiltent bij de Hotot wordt een jarige uitbundig toegezongen. Daarna wordt in nog grotere getale gezongen; Van ‘Stil aan de overkant’ naar ‘Hey Jude’ en van de Backstreet Boys naar Natasha Beddingfields refrein over regen uit ‘Unwritten’. De sfeer is hier dus fantastisch in de aanloop naar Nothing But Thieves, de afsluiter van het festival. De zanger zegt niet helemaal fit te zijn en dat is wel voelbaar. Hij komt er niet lekker in en zijn vocal klinkt ongemakkelijk hier en daar. Hij laat zelfs stukken tekst weg bij ‘Real Love Song’. De gitaar die wel vet klinkt compenseert het enigszins en laat zien wat een krachtige rockband ze eigenlijk zijn.
We gaan naar huis met vele leuke ontdekkingen. DTRH heeft ons erg veel verschillende muziekstijlen laten horen. We hebben verrassende acts gezien, ook op kleine podia, en genoten van al het visuele spektakel bij de muziek. Muziek die vrolijk maakt en waar massaal op gedanst wordt. Maar we horen ook veel acts die linksom of rechtsom hun zorgen over de kwaliteit van de machthebbers in deze wereld kenbaar maken.
© Marten Siegers



