Marlon Williams – Spot – De Oosterpoort, 21-04-2026

Blijheid 

Je kunt beter niet als meisje opgroeien met een heleboel Engelstalige folkmuziek. Deze les leren we van Maggie Rigby, de met haar zus Elsie het folkduo The Maes vormt. De vrouwelijke personages komen er namelijk doorgaans bekaaid vanaf, of worden in het begin al vermoord. Het duo uit Australië maakt folk waarbij gitaar en tweestemmigheid centraal staat. Met Engelstalig bedoelt ze waarschijnlijk de Amerikaanse variant, want de country flow is ook vocaal veel aanwezig. De begeleiding doen ze met gitaar, mandoline en viool en alles bij elkaar zijn het afwisselende songs met erg uiteenlopende thema’s. Van het maken van een grote stap in je leven tot de straat op gaan in je binnenkloffie. De meeste indruk maakt de emigratie song. Ze zingen over een gedwongen evacuatie van de Island of Skye (Schotland) naar het verre Australië. Alleen al de introductie ervan maakt indruk. Wat vooral blijft hangen zij de anekdotes en de zelfspot. “don’t let your mind deny what your body wants’ is een tweede les. Maar deze valt in duigen als ze zeggen dat het komt van iemand die haar op het strand drugs wou verkopen. 

Eslie heeft een prachtig verhaal over hoe haar relatie eindigde. Haar vriendin ging 4000 miles verderop wonen en zou de relatie dan verbreken. Maar of zij haar dan eerst wel daar naar toe wou rijden. An offer I couldn’t refuse, grapte ze en zo gebeurde het. Na deze reis werd de relatie verbroken en vloog ze alleen terug naar huis. Het zijn blije en dankbare muzikanten. 

Datzelfde geldt ook voor Marlon Williams. Zelden zien we een muzikant met zoveel genoegen, plezier en comfort zich op het podium bewegen. De brede glimlach komt om de vijf minuten tevoorschijn. Dat geldt ook voor de onderonsjes en de geïmproviseerde grapjes. Alles is zo oprecht en gemakkelijk dat de scheidslijn tussen artiest en publiek flinterdun wordt als er aan het einde er korte dialogen ontstaan tussen enkele bezoekers en artiest. 

Hij heeft een gitarist/organist, een drummer en een bassist meegenomen. We hoorden  hem jaren geleden en waren omvergeblazen door de kwaliteit van zijn zang. De muziek was niet helemaal ons straatje maar leek de glans en helderheid alleen maar te versterken. Nu heeft Marlon Williams ‘Te Whare Tiwekaweka’ gemaakt, een plaat in het Maori, de taal van het oorspronkelijke Polynesische volk van Nieuw-Zeeland. Maar liefst vijf jaar werkte hij er aan. 

De band speelt de eerste afwisselend nummers in Maori en nummers in het Engels. 

Het zijn vaak korte liedjes, die hij voorziet van een korte introductie. Afgezien van het mantra achtige zijn we niet gelijk onder de indruk. We wachten op die kenmerkende sound van zijn stem, maar we horen wat anders waar we ons voor proberen open te stellen. Een van de redenen is dat er veel meerstemmig wordt gezongen. Enkele keren zelfs met z’n vieren. Hierdoor is het echt een band ipv een solo-artiest met begeleiding. Er is wel afwisseling, waarbij een lichte energie en strakke begeleiding de boel verbindt. Pas bij de zesde song ‘Go Back to the Party’ horen we de zanger zoals we het kennen. Het is smooth, een beetje Brian Ferry. De muziek is retestrak. Echter pas bij de twaalfde song zet hij dat weer door. Dan horen we de dijk van een stem die hij heeft, direct, kraakhelder, ongepolijst en erg dichtbij. Neem Chris Isaak die in je oor fluistert of Elvis Presley die zowel zijn binnenste naar buiten smijt als zijn charisma.

De Maori songs kenmerken zich door een taal waar geen woord van te verstaan is, waar de klanken compleet anders zijn. Het lijkt erop dat de taal zich minder leent voor uithalen en vloeiende overgangen van woorden. Sommige nummers hebben erg veel tekst, waarbij je je afvraagt hoe deze muzikanten dit uit hun hoofd hebben kunnen leren. 

‘Nobody Gets What They Want Anymore’ wordt erg mooi opgebouwd. Datzelfde geldt voor ‘I’m Lost Without You’, wat spannend en gepassioneerd klinkt. Zeker ook getuige het gitaarduel aan het einde. Zijn diepe lage stem komt tevoorschijn in ‘Dark Child’ en de band is echt los. Ze begeleiden hem in deze lome stuwende song van catchy refrein naar catchy refrein. Deze lange nummers aan het einde maken alles wat we niet begrijpen, of in elk geval nu nog niet zo sterk vinden, meer dan goed. De gein is eruit, de vlam er in. 

©Marten Siegers