Pinkpop 2026 – Zondag

De laatste Pinkpop-dag begint niet met een knal, maar met een soort trage overgave. Er staan al rijen voor de watertaps voordat de muziek überhaupt start, zonnebrillen zitten nog half op en half af, en overal zoeken mensen hun eigen manier om de hitte een beetje draaglijk te houden. Toch staat er iets eigenaardigs in de lucht: niemand lijkt echt klaar om het rustig aan te doen. Vanaf de eerste stappen over het terrein beweegt alles weer zoals alleen op een festival kan. En hoe vermoeid de gezichten ook zijn, de dag wordt niet kleiner. Hij wordt juist voller.

Op de North Stage staat My Baby en hoewel daar aardig wat mensen op staan te dansen, zien we de grootste stroom bezoekers richting de Tent lopen. Dat blijkt dit weekend een terugkerend thema te worden, maar daar komen we later nog op terug. Wij volgen de menigte en staan binnen no time bij de IJslandse Daði Freyr in de Tent. Nog voordat we naar binnen stappen, voelen we de bas van zijn stem (ja, zijn stem) al onder onze voeten trillen. Wat heeft deze man een laag stemgeluid. Een bijzondere combinatie, want als je naar zijn hoofd kijkt, verwacht je dat misschien niet meteen. Naast zijn opvallend lage stemgeluid stampt ook de muziek van Freyr er flink op los. De stevige beats zorgen ervoor dat je direct goed wakker bent. Geen verkeerde start van de dag dus.

Aan de andere kant, op Stage 4, begint direct na zijn set Leila Lamb. En waar de zon op het publiek weinig genade toont, lijkt Lamb juist steeds meer energie uit de hitte te halen. Ze zet meteen de toon wanneer ze kruipend het podium opkomt: subtiel is het allerminst. Terwijl de temperatuur blijft stijgen, speelt de zangeres minstens zo’n heet spelletje met haar publiek. Gelukkig krijgt ze die energie terug: ondanks de brandende zon zien we steeds meer mensen opgaan in haar optreden.

Wie even geen zin heeft om zelf mee te bewegen, krijgt alsnog genoeg voorgeschoteld. Lamb weet haar publiek moeiteloos vast te houden en combineert haar energieke performance met een stemgeluid waar je trommelvliezen graag voor wakker blijven. Dat we later die dag nog dichter bij dat spektakel komen, hadden we op dat moment niet verwacht, maar wanneer haar manager ons vraagt of we last minute Leila willen interviewen, zeggen we natuurlijk gretig ja. Nieuwsgierig? Check hier het hele interview.

Na deze toffe set haasten we ons naar de South Stage, waar Bente minstens zo’n spektakel neerzet. Haar wereld lijkt volledig opgebouwd uit kleur: een roze geraamte van een huis, een blauwe schommel, en visuals die lijken mee te ademen met haar outfit. Alles klopt zonder dat het uitleg nodig heeft en het is niet voor niets dat ze is uitgegroeid tot een van Nederlands favoriete popartiesten. Wat Bente onderscheidt is hoe dicht ze bij zichzelf blijft en dat meeneemt richting haar publiek. “Iedereen mag zichzelf zijn, zo hard dansen als diegene wil, ondanks dat het warm is. Als iemand je gek aankijkt, dan is diegene gewoon saai.” Tijdens ‘Laat Je Gezicht Zien’ (een unreleased nummer dat ze alleen op festivals speelt) maakt ze dat letterlijk: ze stapt het publiek in – lees, moshpit – en haalt de afstand tussen hen weg. Alsof het niet om haar draait, maar om samen deel zijn van.

Dogstar windt er aan de andere kant van het terrein geen doekjes om. Het trio maakt vooral indruk door simpelweg de muziek te laten spreken. De Tent staat goed vol, misschien ook door de aanwezigheid van de bekende acteur (nu bassist) Keanu Reeves, al is het uiteindelijk frontman Bret Domrose die de show draagt. Met een stem die je bijna lijkt te omarmen past de koele tent perfect bij hun sound: een plek om even alles los te laten en volledig op te gaan in de muziek.

Tussen de twee mainstages verandert ondertussen alles in één grote viering. Hoogmis van het Zuiden brengt een tribute aan de Limburgse popmuziek en het is geen set die je makkelijk in één alinea vangt. Het terrein staat tot ver achterin vol en om de paar minuten verandert de sfeer opnieuw, zonder dat het ook maar een moment minder gezellig wordt. Tijdens het optreden zien we het publiek massaal met Pinkpop-hoedjes en T-shirts meedeinen. Het lijkt even alsof het hele veld dezelfde beweging heeft gevonden. Een soort magie die je alleen op een festival zo voelt.

Over magie gesproken: we hobbelen weer terug naar Stage 4, waar het een stuk donkerder aanvoelt. Hier hangt eerder een soort zwarte magie in de lucht. Vandaag mag het hier wat schuren, en precies dat blijkt de perfecte broedplaats voor de alternatieve rockband HotWax. Het terrein is inmiddels wat voller en ook bij het kleine podium staan de eerste rijen stevig aangehaakt. Zodra de band inzet, wordt dat meteen beantwoord. Mensen staan niet meer stil, maar schudden zich langzaam los op de sound die steeds rauwer wordt. Het publiek lijkt zich er letterlijk even uit te willen bewegen.

De energie hoog houden blijkt echter niet zo makkelijk met deze temperaturen. White Lies staat op de South Stage, zet een solide set neer en de Engelsen laten overduidelijk horen dat ze hun vak verstaan. Toch zit het grootste deel van het publiek rustig op het veld, in plaats van te springen. Dat maakt het geen minder moment. Integendeel: net als veel festivalgangers kiezen we ervoor om even te gaan liggen, ogen dicht, terwijl de muziek over het terrein rolt.

Als we even later met een tropical smoothie op zak op zoek gaan naar wat verkoeling, blijken we niet de enige met dat idee. Bij de Tent is het enorm druk; hier vind je dan ook de meeste schaduw van het hele terrein. Toch zorgt die drukte juist weer voor extra energie en wanneer Good Neighbours het podium op loopt, gaat het publiek meteen los. De Britten brengen goed gelaagde indiemuziek die perfect past binnen de sfeer van de Tent. Toch hoeft niet iedereen hier op volle kracht mee te bewegen: naast ons zit iemand rustig een sudoku op te lossen. Een mooi bewijs dat iedereen op zijn eigen manier geniet van muziek.

Het tijdschema tussen de podia blijkt ondertussen perfect op elkaar aan te sluiten. Zodra Good Neighbours klaar is, zien we een groot deel van het publiek vanuit de Tent richting Stage 4 trekken, klaar om helemaal los te gaan bij Die Spitz. De zon staat inmiddels recht op het podium te branden, maar daar lijkt de band geen seconde last van te hebben. Zowel publiek als performers gaan volledig op in de muziek, al is het vooral de bassiste die de hele stage lijkt te gebruiken als haar persoonlijke springveld. De rauwe energie van de band staat mooi tegenover de opeenvolgende lieve “dankjewel’s” tussen de nummers door. Vocaal blazen de Amerikanen iedereen omver: van indrukwekkende uithalen tot harde vocals, Die Spitz laat horen precies te weten waar ze mee bezig zijn.

Wanneer we vervolgens terug willen naar de Tent voor Tom Morello, blijkt opnieuw hoe populair dit podium is. Daarnast was het afwachten of Morello zou komen, want hij had o.a. Graspop in België afgezegd, omdat het met zijn moeder niet goed gaat.  Het staat zó vol dat we, niet voor de eerste keer dit weekend, de ingang niet eens halen. Het lijkt hier drukker dan in eerdere jaren. Ligt het aan de grootte van de namen op dit podium, of is de Tent simpelweg te klein geworden? Hoe dan ook: we balen flink, zeker wanneer we later horen hoe fantastisch zijn set was en samen met zijn 15 jarige zoon de tent volledig uit zijn dak liet gaan..

Op de South Stage pakt Royel Otis het iets minder wild aan, maar dat maakt het zeker niet minder leuk. Wanneer we komen aanlopen, verschijnt ‘Meet me op Pinkpop’ op het scherm achter het podium. Met zijn vrolijke, heerlijk dansbare muziek en sterke vocals is dat precies wat er gebeurt: we dansen met onbekenden, alsof het de normaalste zaak van de wereld is (en dat is het ook eigenlijk wel, zeker op Pinkpop). Wanneer de zanger vervolgens ‘Murder on the Dancefloor’ inzet, lijkt dat gevoel alleen maar groter te worden en krijgt hij het hele veld mee.

Aan de andere kant van het veld neemt Wet Leg het stokje over. De set begint terwijl de rook steeds verder over het podium kruipt, waarna frontvrouw Rhian Teasdale als een soort godin door de mist verschijnt. Met een hippe zonnebril en haar kenmerkende stemgeluid weet ze het publiek moeiteloos voor zich te winnen met hits als ‘Wet Dream’. Tijdens ‘Ur Mom’, normaal gesproken het moment waarop het hele veld aan het einde van het nummer volledig losgaat, blijft het deze keer opvallend stil. Gelukkig schreeuwen wij nog fanatiek mee, maar blijkbaar staan we daarin redelijk alleen. Jammer.

Ondertussen horen we van iemand dat Bente op de Sun Stage het publiek verrast met een gastoptreden tijdens de set van Sim Fane. Ze lijkt ook nooit stil te zitten: waar we haar eerder al het publiek in zagen duiken, duikt ze nu alweer ergens anders op.

“Waar gaan we naartoe? Naar de klote!” horen we twee voorbijgangers zeggen terwijl ze richting Yungblud lopen. Het blijken twee zieners te zijn, want Dominic Harrison zet een show neer waar je u tegen zegt. Waar de energie op Pinkpop op dit punt langzaam wat begint te zakken, gooit de zanger alles weer open. Met een flinke dosis “motherfuckers” en “handen omhoog!” houdt Yungblud het publiek de hele set scherp. Hij springt over het podium, duikt het publiek in en wanneer hij tijdens ‘Fleabag’ Cem uit Hoorn het podium op roept, lijkt het veld even volledig te ontploffen. Het is overduidelijk hoeveel plezier Harrison heeft in het optreden, en precies dat weet hij als geen ander over te brengen. Een perfecte opmaat naar de laatste acts van de avond.

We willen de energie er graag inhouden en dus verplaatsen we ons naar een dit keer wat legere Tent. Dit verbaast ons, want Fat Dog, die zo het podium betreedt, staat bekend om hun chaotische, energieke shows. Gelukkig maken de mensen die wel aanwezig zijn alles goed. Ondanks de warmte stikt het van de moshpits, waar Joe Love maar al te graag deel van uit maakt. De maskers die ze gewoonlijk op hebben zijn dit keer thuis gebleven, maar aan chaos ontbreekt het zeker niet. Met wilde uithalen, een viool en saxofoon op de achtergrond weet je soms niet precies waar je naar kijkt, en toch werkt het. Toch werkt het enthousiasme zo aanstekelijk dat twee stadsmeisjes ook besluiten de pit in te duiken, ze komen dan wel iets minder enthousiast naar buiten, maar ze hebben het in ieder geval geprobeerd.

Voor de laatste keer dit weekend begeven we ons richting het veld tussen de North en South Stage. Di-rect staat als één na laatste act van de avond geprogrammeerd en laat meteen zien waarom de band al jaren zo’n vaste waarde is. Met ijzersterke muzikanten en een show die tot in de puntjes klopt, weten de Hagenezen het hele veld mee te krijgen. Overal zien we mensen op hun eigen manier genieten: zingend, dansend of gewoon even stilstaand in het moment.

Foo Fighters sluiten dit fantastische Pinkpop-weekend af en eerlijk gezegd hadden we geen betere afsluiter kunnen bedenken. We blijken niet de enigen te zijn die daar zo over denken, want het hele veld staat vol. Gelukkig heeft de band er zelf ook zichtbaar zin in en vanaf de eerste toon ontstaat er een sterke wisselwerking tussen publiek en performers. Of je nou jong of oud bent, de Foo Fighters weten iedereen mee te nemen in hun wereld. Wanneer Dave Grohl een shout-out doet naar alle vaders (het is tenslotte Vaderdag), verschijnt een vader met zijn zoon aan de barricade op het scherm. Even later zien we voor ons een jonge vrouw volledig opgaan in de muziek. Verschillende generaties, één veld. En precies daarom blijven de Foo Fighters zo relevant.

Als de muziek van de (op dit moment nog) 31 jaar bestaande band je niet over de streep haalt, doen de visuals daar nog een schepje bovenop. We zien een auto hangen, een bierdopje en verschillende objecten die zó realistisch lijken dat we zelfs naar de andere kant van het veld lopen om te ontdekken of het perspectief verandert. Spoiler: dat doet het niet. Het blijken projecties te zijn.

Wat dit weekend opvalt, is hoeveel covers er voorbij komen, en niet alleen bij Foo Fighters. Ook de fans van de Amerikanen krijgen zo’n moment wanneer Grohl ‘Marigold’ inzet, een nummer uit zijn tijd als drummer van Nirvana. De reactie vanuit het veld maakt meteen duidelijk dat dit precies het soort verrassing is waar ze op hoopten. De band zet duidelijk in op herkenning: er komen vooral oudere hits voorbij en nieuw werk blijft achterwege. Om ons heen lijkt daar gelukkig niemand over te klagen. Veel fans op het veld zijn hier bovendien niet voor het eerst en krijgen vanavond precies waarvoor ze gekomen zijn: de nummers die ze al jaren kennen.

Toch blijven we met een klein beetje gemengde gevoelens achter. Niet door de show zelf, maar vooral doordat het geluid, zeker verder van het podium, behoorlijk zacht staat. Een kleine kanttekening bij een verder indrukwekkende afsluiter, waarin vooral duidelijk wordt waarom sommige bands na tientallen jaren nog steeds een heel veld weten te verbinden.

Pinkpop 2026 sluit af met één duidelijke tegenstander: de hitte. Hoewel we inmiddels misschien gewend zouden moeten zijn aan de temperaturen op het terrein, blijft het toch elke keer weer even wennen. Gelukkig blijkt het allesbehalve een verloren strijd, want op een festival als dit ontstaat er elke keer opnieuw weer iets bijzonders.

Onbekenden die samen dansen, mensen die elkaar verkoeling aanbieden en duizenden stemmen die opgaan in dezelfde nummers: die verbinding maakt de hitte uiteindelijk meer dan waard. En met de muziek die daar nog overheen viel, blijft er een weekend over dat niet hoeft te worden samengevat, maar vooral nog even mag blijven nazinderen. En dat is precies waarom je hier elk jaar weer terug zou kunnen komen. We hopen jullie volgend jaar weer te zien, hier op de site of misschien wel ergens voor het podium… tot dan.

© Demi Luna Traas

 

 Die Spitz | Tom Morello | White Lies
Yungblud | HotWax
 Bente | Dogstar | Leila Lamb
 Di-rect | Wet Leg | Royal Otis