Festivals, Recensies 0

Take Root 2019 in Spot – De Oosterpoort

Droge humor en hartzeer; TakeRoot.

We stappen de herfst in en daar hoort TakeRoot bij. Het is gedaan met de leuke zomerfestivalletjes. Het is tijd om naar binnen te keren met een portie roots muziek. Deze 22e editie van TakeRoot in de Oosterpoort spot opvallend veel Texanen. 

Deze zaterdag stappen we De Oosterpoort binnen en zien veel mensen lopen met een biertje in de hand, een praatje makend en muziek aanschouwend. John Ritter krijgt veel mensen aan het zwijgen met enkel zijn gitaar en hele lappen tekst in de traditie van Dylan. Hij heeft verhalen met rollen voor duivels, doktoren en dromen. ‘Fathers War’ zou nader bestudeerd moeten worden want daar zitten scherpe zinnen in. Knap hoe de man alles uit zijn hoofd zingt.

The Delines maken meeslepende muziek met hier en daar een scherpe hook. Mooi orgelspel, maar wij willen Lilly Hiatt horen zingen over haar jonge doorleefde leven. Ze zijn met z’n vieren, en in ‘t zwart gekleed. Lilly is de dochter van John en de vergelijking zit in de expressie van de mond en de accenten die ze vocaal gezien legt. De muziek is lekkere rauwe songwriter rock. Na de aftrap horen we ook wat country invloeden en na drie nummers lacht de drummer bijna net zo lieflijk als de bassist wiens big smile niet van zijn gezicht te krijgen is. Een heerlijke song horen we, die loopt als een goederentrein, maar de stem kan ons niet langer bekoren.  

Jay Farrar, afkomstig uit Uncle Tupelo, heeft inmiddels alweer negen platen gemaakt met Son Volt. De band heeft een heerlijke sound, het stroomt en vloeit, is zwaar en hard zonder rare fratsen. De gitarist zijn stijl doet denken aan Doug Pettibone; het snerpt en scheurt overal bij langs en stoot net niks om. Duistere teksten, zoals in ‘The 99’, passend bij de herfst. Dit is wel kwaliteit, maar wij zijn verliefd op Lera Lynn en dus missen we het meeste van de set om bij de volledige set van Lera te zijn. Ze speelt vooral nummers van haar fantastisch mooie album ‘Plays Well With Others’. Ze is erg geestig en scherp. Als ze vertelt over haar nieuwe album bedankt ze de ene bezoeker die wel twee keer klapt. Haar stem is zoet, sexy en warm. Haar ogen vurig, verlaten in paniek of in verleiding. En de muziek is donker en warm, eenvoudig klein en vooral erg mysterieus. Ze heeft erg sterke songs en ook al ontbreken op de set onze favoriete songs; het zijn allemaal juweeltjes. Ze opent ‘Black Hole Sun’ van Soundgarden zo ingetogen dat je niet eens je eigen ademhaling wilt horen.Toppunt vormen de song uit de True Detective serie, geschreven samen met Rosanne Cash (‘Only Thing Worth Fighting For’) en een song van een nieuw nog niet uitgebracht album over verslaving (‘Make You Ok’) . Ze verlaat de controle en ingetogenheid; het is hartzeer wat ze d’r uitkraamt.

Doordat we tot en met de laatste toon van Lera zijn gebleven moeten we helaas de kleinzoon van R.L. Burnside missen. Een lange rij staat te wachten om de zaal “The Basement” binnen te mogen komen en elke keer als we langs de Basement komen staan er nog steeds mensen te wachten om naar binnen te mogen bij Cedric Burnside. Dat is niet alleen jammer maar ronduit balen. Deze man had wellicht een grotere zaal moeten hebben deze avond. Dus op naar een volgend optreden dan maar. Erin Rae geeft een intiem concertje in een goedgevulde en bloedhete binnenzaal. Het is een leuke band om naar te kijken. Haar stem is prima. Toch is dit soort muziek het soort waarbij je je afvraagt of je na een heel album luisteren nog wakker bent. Er zijn ernstig serieuze country muzikanten in dit genre die meeslepende melancholie omzetten in slaapverwekkende saaiheid, maar Erin redt het wel, getuige haar  lome ‘Some Misunderstanding’, een cover van Gene Clark. Bij Garret T. Capps later op de avond maken wij echter gelijk rechtsomkeert als hij met een country snik “You’re Gonna Die”zingt. En het ons na blijft roepen. Help! 

Robert Ellis doet wat we hopen. Spektakel, en met een vette glimlach na  het optreden de zaal weer uit. We vonden Lera al grappig maar deze man spant de kroon. De drankvoorraad op het podium is tijdens de soundcheck al flink verorberd en de wijn en whiskey drinkende feestganger is zo dankbaar voor dit leven dat hij ondanks zijn rockopera sound (Queens meest hysterische stukken zijn er niks bij) zich waagt aan ‘What a Wonderfull World. Dat was geen meesterlijke zet, maar het is een memorabele show. De eerste zin van de set;”I’m Fucking Crazy”, zet de toon. Als hij later een poging doet uit te leggen waar hij te vinden zal zijn bij de signeersessie staakt hij zijn poging met: “Well…I am very easy to find”. Daarna realiseert hij zich hoe geestig dat moet klinken gezien hij met zijn outfit de meest opvallende verschijning van het hele festival is. De man is geheel in het wit; hoed, slipjas en cowboyboots. Hij gniffelt. De man heeft zoveel glitters rondom z’n ogen dat je maar nauwelijks ziet als hij ze open doet. Hij bespeelt onstuimig en springerig de piano. Samen met de bassist met cowboyhoed en de drummer bouwen ze een feestje. Als hij na de song ‘Passive Agressive’  afkondigt met “This song was called Passive Agressive” en hij deze titel zoet begint te zingen en hem dus opnieuw inzet, moet de drummer wel mee, maar hij ligt helemaal dubbel. Het is erg speels en spontaan en een feest om naar te kijken. De gitarist doet niet mee, die blijft met een focus en een gelaat en houding vergelijkbaar met Clapton zijn ding doen. En dat doet hij erg goed. Hij is erg veelzijdig en dat is de sound van deze band in zijn geheel. Het is een rock-opera, met hysterie, briljante teksten, zelfspot en bombastische partijen. Erg leuk, met name het plezier en de ongein van deze Texaanse Herman Finkers. Hij maakt daarmee tegelijk korte metten met het serieuze karakter van de Americana artiest en het onvermurwbare gelaat van de liefhebber.

Het is een verademing als we ‘Down on Mainstreet’ horen uit de foyer. Dit is Rock ‘n Roll, gespeeld door een paar Texanen waar je in een willekeurige bar misschien beter geen slechte opmerking tegen kan gaan maken, ondanks de geinige vlechtjes van de drummer. Deze Quaker City Night Hawks roepen associaties op met ZZ-Top en the Allman Brothers. Het zijn massieve gasten, die zulke massieve muziek spelen dat je buikwand trilt en je ook vuile herrie wilt maken met cowboyboots aan. Ze hebben twee zangers, maar die met de roze bril onderstreept het beste de sound met zijn rauwe stem. De muziek is heerlijk, moet hard en is zowaar dansbaar. Op groezelige grooves en retestrakke riffs gaan jongelui los. Het bier moet op en uitgezweet worden.

Het was een gevarieerde avond in Spot, zoals de Oosterpoort tegenwoordig heet. De allerbeste zangeres was zonder meer Lera Lynn, vorig jaar nog gespot in het Aa Theater.  Ze overtreft met haar stem zelfs haar uiterlijk (check de foto’s dan snap je hem). Robert Ellis had zonder meer de leukste show, en hij dreef de spot met stelletjes, zijn eigen cover en bovenal zichzelf. Zelfspot. De beste binnenkomer was de Quaker City Night Hawks met hun onbespoten southern rock. Een goede reden om een betere versterker aan te schaffen.

© Marten Siegers

Marten Siegers Recensent

No Comments

Leave a reply