Concerten, Recensies 0

Tribute to the Doors in EM2 13-10-2018

Knap Overgebracht

Het is een goed verlicht eenvoudig loodsje, deze nieuwe plek op het Suikerunie terrein. Het ziet er van buitenaf klein uit, maar dat komt meer door de leegte er om heen. Buiten zitten groepjes samen als we aan komen lopen. Kalm en relaxed op deze zeer warme zomerdag in oktober. Binnen is de sfeer gemoedelijk, er is geroezemoes, maar de muziek overheerst. De DJ draait stevige songs van o.a. Cream en Hendrix, lekker.

EM2 druppelt wel door met volk wat kalmpjes aan binnenkomt. The Doors fan valt niet in een hokje te stoppen is onze conclusie gelijk. Je zou mensen verwachten die The Doors hebben meegemaakt, hebben beleefd, teksten uit hun hoofd mee hebben gezongen, maar het gros is niet zo oud. We zien slechts een enkele grijsharige 65 plusser. De meeste mensen moeten de muziek hebben leren kennen na het overlijden Jim in 1971.

Het zaaltje raakt lekker gevuld zonder dat het vol wordt. Twee roodharige bardames flitsen zo snel tussen kassa, clientèle en tap dat je niet weet of degene die je wisselgeld teruggeeft dezelfde is als diegene je een biertje gaf. Met een biertje in de hand terug naar voren lopen is een ervaring op zich aangezien de vloer suggereert te bewegen doordat er met licht constant projecties overheen schuiven. Knappe gast die na een paar biertjes hier in een rechte lijn kan lopen. Het podium, intiem verlicht, is niet hoog. Hierdoor sta je heel dicht bij de artiest.

Tribute to The Doors trapt af terwijl de zanger, Lawrence Mul van Raw Flowers, nog backstage staat. Hij start zijn bijdrage aan de avond met een krachtige krijs. Het publiek wiegt mee, voorzichtig en afwachtend, op openingsnummer ‘When the Music’s Over’. De zanger lijkt wat maniertjes te hebben om Jim te benaderen. Dat is vooral vocaal, wat niet kan verhullen dat zijn stem minder diep is. Jim zong vanuit zijn gevoel, zijn buik en zijn tenen; deze man zingt vanuit het idee Jim te willen benaderen, en daarmee mist hij iets van de essentie. Hij probeert te voelen zoals Jim deed, in plaats van uit zichzelf. De luide “Yeahs” zijn echter sterk en de gitaarsolo daarna ook.

‘Break on Through’ krijgt een enthousiast onthaal. Het wiegende publiek verandert in een hoofdschuddende menigte terwijl de zanger schreeuwt en soms wat krijserig het nummer er rap doorheen beukt. Bij ’20th Century Fox’ klinkt het oh zo bekende Hammond orgeltje, bespeelt door Matthijs Stronks van Donnerwetter, lekker boven alles uit en daarna bij ‘You Make Me Real’ zetten gitaar (Vedran Mircetic van De Staat) en drum (Mike Visser van Donnerwetter) het nummer stevig neer in een snel rammelende boogie woogie rock n roll. De zang komt er maar amper bovenuit. Bij ’20th Century Fox’ valt op dat net als bij The Doors, het orgel overal is, of op z’n minst voelbaar.

Ironisch genoeg krijgen we de indruk dat de bassist de beste muzikant is. Ironisch omdat The Doors aanvankelijk geen bassist hadden, pas bij het laatste studio album werd de uit Elvis Presley’s TCB Band Jerry Scheff aan de band toegevoegd. Maar deze bassist, Jop van Summeren van De Staat grooved er lekker op los in het funky gebrachte ‘People Are Strange’. De zang mist hier de diepte, waardoor strange zo strange gezongen wordt dat het bijna irritant is. Gelukkig viert het orgel hoogtij. ‘Riders On The Storm’ is niet echt duister neergezet, het heeft hooguit wat vlagen mist. Het mist daardoor een bepaalde spanning en de sfeer van on the road, van een nachtclub, van een tot diep in de nacht spelende Amerikaanse band met nog drie haveloze klanten aan de bar en eentje zwalkend voor het podium. Het broeit net niet genoeg. Ik krijg de indruk dat het publiek dat ook zo voelt, gezien de reactie op ‘Don’t You Love Her Madly’, alsof ze wakker schrikken. Hier is die nachtclub van net, maar dan met dansende mensen! De zanger raakt zelf ook in beroering, vergeet de Jim Morisson looks en gaat los in danspasjes die geleend lijken te zijn van K3, maar overduidelijk uit z’n eigen binnenste komen. Er gaan handen in de lucht bij het publiek en er wordt gejuicht. Dit is een lekkere energie!

En wat een heerlijke riff wordt ingezet bij ‘Backdoor Man / Five To One’. Strak gespeeld, hard. De drums zitten goed op hun plek in deze song. De zanger zijn stemgeluid lijkt in deze bluesrock goed op zijn plaats. En we weten het nu zeker, de bassist is de beste. De euforie zakt weg bij het tiende nummer, ‘Soul Kitchen’, met een beetje een melig deuntje. Bij het refrein springt de zanger wel enthousiast als een elastiekje tussen de instrumenten. We concluderen dat zijn dansmoves erg oprecht zijn, en dat is heel vermakelijk om te zien. De gitarist speelt doorgaans netjes en kleurt goed binnen de lijntjes. Wellicht kan hij daar in de toekomst wat power aan toevoegen. Het is een afwisselende avond, zowel qua nummers als qua energie. Van groovy tot de diepte in met swampende blues (de gitarist is in zijn element op Roadhouse Blues). Het publiek swingt tot aan de achterste rij en gaat zelfs bijna springen. “Let it roll, baby roll, all night long”. En de bassist grooved weer lekker in een uitvoering van ‘The Changeling’. ‘Come On Touch Me Baby’ heeft een retestrak einde. Deze muzikanten kunnen het wel!

‘Light My Fire’ komt binnen bij heel veel mensen. Je ziet aan ieders specifieke manier van dansen dat dit nummer herinneringen en associaties oproept die niet voor de poes en niet van gister zijn. Er zit een heel lang deel in waarin niet gezongen wordt en de zanger niet op het podium is. Hij staat namelijk aan de bar wat biertjes te bestellen en een fles sterke drank. “Jim lives!” horen we vanuit het publiek, de band houdt z’n publiek in z’n greep. Ik denk dat hier iets van The Doors magie zichtbaar is. Het publiek is betrokken bij deze band, de songs of de herinnering. Een mooie beat en er wordt door de hele loods gedanst, een enkeling zingt met gebalde vuist mee met ‘LA Woman’.

De energie verandert van richting als de band zijn aandacht geeft aan een jarige. Die is er in elk geval mee in zijn nopjes. Ik ben in mijn nopjes als “Happy birthday to you” snel verdrongen wordt door lyrics als : “I tell you we must die”, geen vrolijke teksten maar dit is nu eenmaal geen verjaardagsborrel. ‘The End’, de afsluiter, wordt goed ontvangen. Tribute to the Doors mag rekenen op waardering van dit publiek. Het moet geen makkie zijn een tribute band te zijn. Je krijgt immers nooit de lof voor wie je bent, hooguit kritiek op wat je onvoldoende goed weet te benaderen. En dan is The Doors een wel hele moeilijke band om te benaderen, gezien allerlei zeer specifieke elementen zoals charisma, experimenteerdrift, spanningsopbouw en vooral het overbrengen van Jim’s creatieve poëzie. Waar deze tribute band in elk geval in geslaagd is, is het laten horen van de variatie in nummers en het overbrengen van verschillende muzikale energieën. Dat is te zien aan hoe mensen enerzijds losgaan en anderzijds introvert de muziek genieten. En dat is een knap staaltje muzikaal vakmanschap, het overbrengen.

Tribute to the Doors bestaat uit:

Lawrence Mul (zang) Raw Flowers
Vedran Mircetic (gitaar) De Staat
Jop van Summeren (bas) De Staat
Mike Visser (drum) Donnerwetter
Matthijs Stronks (toets) Donnerwetter

© Marten Siegers | All Rights Reserved

 

 

Marten Siegers Recensent

No Comments

Leave a reply